Embregts-Theunis en kampioenschappen — kritiek vanuit prestatiedrang
Wie de website van Embregts-Theunis leest, merkt al snel dat het vooral om het gebruik van zijn producten gaat die zijn zoon verkoopt onder zijn merknaam. Peter Theunis schrijft er vanuit tientallen jaren ervaring in de duivensport; de site vermeldt dat hij al ruim 40 à 45 jaar duivenmelker is en zijn kennis en ervaringen deelt met andere liefhebbers.
Wat opvalt, is zijn terugkerende houding tegenover kampioenschappen. Niet omdat hij zelf geen resultaten behaalt — integendeel, op de site worden diverse sterke uitslagen, asduiven en kampioenschappen genoemd — maar omdat hij zich stoort aan de manier waarop kampioenschappen volgens hem worden berekend, gepresenteerd en gewaardeerd. In een blog uit 2018 publiceert hij bijvoorbeeld gewoon een overzicht van behaalde kampioenschappen, waaronder provinciale, nationale, whzb-, pipa- en olympiade-vermeldingen. Toch klinkt in latere blogs steeds duidelijker: voor Peter is een titel pas waardevol als de competitie ook eerlijk en vergelijkbaar is.
Zijn kernpunt is eenvoudig: “een eerste prijs winnen op een vlucht zegt hem meer dan een kampioenschap dat afhankelijk is van samenspel, rayon, wind, ligging of puntensysteem”. Hij schrijft meermaals dat kampioenschappen hem weinig boeien en dat hij meer voldoening haalt uit de omgang met zijn duiven en het winnen van eerste prijzen. Dat is geen afkeer van winnen, maar juist het tegenovergestelde: hij wil dat winnen iets betekent.
Volgens Peter Theunis zit het probleem vooral in de versnippering. Er zijn whzb-kampioenschappen, nationale kampioenschappen, grootmeesters, fondspiegel, pipa rankings, de allerbeste en olympiade-klassementen — allemaal met eigen regels en berekeningen. Daardoor ontstaat volgens hem een situatie waarin “iedereen” wel ergens nationaal asduiven of kampioenen op het hok heeft, terwijl onduidelijk blijft wie nu werkelijk de sterkste is.
Een terugkerend bezwaar is dat punten vaak uit samenspelen worden gehaald. In zijn ogen is dat scheef, omdat het ene samenspel veel sterker kan zijn dan het andere. Iemand kan in een zwakker samenspel hoog eindigen en daardoor nationaal goed scoren, terwijl een liefhebber die in een sterker rayon of afdeling veel beter presteert, lager in het kampioenschap belandt. Daarom pleit hij ervoor om kampioenschapspunten uit de afdelingen te halen, of ten minste uit een groter en eerlijker vergelijkingsgebied.
Zijn kritiek gaat ook over wind en ligging. Duivensport is volgens hem sterk afhankelijk van omstandigheden. Als een afdeling of sector te breed is, kan wind een grote invloed hebben op de uitslag. Daarom vindt hij sommige nationale of sectorale vergelijkingen oneerlijk wanneer liefhebbers onder totaal verschillende omstandigheden spelen. In zijn visie moeten spelgebieden compacter of logischer worden ingedeeld, of moet Nederland in eerlijkere sectoren worden verdeeld.
Ook over de jonge duiven en olympiade-/nationale kampioenschappen is hij kritisch. Hij noemt het oneerlijk wanneer de nalijn meetelt voor jonge-duivenkampioenschappen, zeker als aantallen oude en jonge duiven door elkaar in berekeningen terechtkomen. Volgens hem vertroebelt dat het beeld van wie werkelijk de beste jonge duiven heeft.
Toch is zijn toon niet alleen maar negatief. In verschillende stukken doet hij ook voorstellen: haal punten uit afdelingen, beperk inkorvingen, verminder versnippering, voeg waar nodig gebieden samen en maak het spel betaalbaarder en overzichtelijker. In 2026 schrijft hij bijvoorbeeld dat men beter met gemiddelden van aantallen duiven kan werken wanneer kampioenschapspunten uit verschillende gebieden komen, zodat een liefhebber in een klein spel niet totaal anders wordt berekend dan iemand in een groot spel.
De blog van Embregts-Theunis laat daardoor vooral een liefhebber zien die scherp formuleert, maar vanuit één vaste overtuiging redeneert: “de beste duif en de beste speler moeten boven komen drijven op basis van eerlijke vluchtprestaties, niet door mazen in systemen of gunstige indelingen”. Je kunt zijn toon “geklaag” noemen, maar inhoudelijk is het eerder een consequente kritiek op een kampioenschapscultuur die volgens hem te veel titels uitdeelt en te weinig duidelijk maakt wie écht de sterkste is.
Peter Theunis wil minder losse verbanden, minder versnipperde competities en meer duidelijke, eerlijke concoursen. Volgens hem zou dat de sport aantrekkelijker en betaalbaarder maken. Zijn eigen resultaten worden op de site benoemd, inclusief kampioenschappen en asduiven. Zijn kritiek richt zich dus niet op presteren zelf, maar op de manier waarop prestaties worden omgerekend naar titels.
Tot slot schrijft Peter vaak over ligging ,wat weer belangrijk is voor de afdelingsuitslag mede bepaald door de wind. Maar Peter moet niet vergeten dat er ook elke week duiven zijn die qua afstand veel meer kilometers moeten afleggen dan zijn eigen duiven.
